Wonen in Ermelo

2.1. Huisvesting

2.1.1. Algemeen Het woningaanbod moet duurzaam zijn en afgestemd worden op de samenstelling van de bevolking. Momenteel wijken mensen nogal eens (noodgedwongen) uit naar een camping of recreatiepark. De SGP wil daarom dat er ingezet wordt op woningbouw in Ermelo, zodat mensen in Ermelo kunnen blijven wonen: Blijven wonen in Ermelo, wie wil dat nu niet?

Concreet:
• Er moet worden ingezet op grootschalige woningbouwlocaties: er moet uitgegaan worden van een doelstelling van ten minste 1820 woningen in de periode 2025-2034 om in de toekomst voldoende woningen te kunnen realiseren; • Er moeten meer betaalbare huizen voor gezinnen worden gebouwd;
• Er moeten sociale woningen worden gebouwd. De norm van 50% sociale woningbouw dient daarom gehandhaafd te blijven. Daarbij wordt actief ingezet op sociale koopwoningen;
• Er moet ingezet worden op de mogelijkheid van groepswonen voor senioren (bijvoorbeeld Knarrenhof);
• De transformatie van kleine recreatieparken naar (zo mogelijk) woningbouw moet verder worden doorgevoerd;
• De duur waarin de woning beschikbaar moet blijven voor de doelgroep van sociale huurwoningen moet twintig jaar blijven (instandhoudingstermijn);
• Het vastgestelde beleid rondom woningsplitsing moet actief worden uitgevoerd, aangezien binnen de bestaande bebouwing meer mensen gehuisvest zouden kunnen worden;
• Er moet meer gebruik gemaakt worden van mogelijkheden (toewijzingsregels) om beschikbaarheid van woningen voor eigen inwoners te stimuleren.

2.1.2. Woningdifferentiatie De SGP vindt het belangrijk dat de woningdifferentiatie (sociaal, middensegment, hoog segment) in balans is en dat het eigen woningbezit wordt bevorderd. De overheid heeft een volkshuisvestingstaak. Ook lagere inkomens hebben recht op een betaalbare woning.

Concreet:
• De startersleningen moeten gehandhaafd en uitgebreid worden;
• Onderzoek naar alternatieve eigendomsvormen voor starters. Bijvoorbeeld corporatie- of huur-/koopwoningen;
• Het bevorderen van Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO). 6 


2.1.3. Duurzaam bouwen Goed rentmeesterschap vraagt om het verantwoord en zuinig gebruik van natuurlijke energiebronnen en grondstoffen. Nieuwbouwprojecten moeten energiezuinig en middels (her)gebruik van duurzame grondstoffen en materialen worden gerealiseerd. Groen- en natuur inclusief bouwen dient de basis te zijn voor het toekomstige beleid.

Concreet:
• Het toepassen van intelligente klimaatadaptatie;
• Groene daken worden gestimuleerd;
• Het afkoppelen van regenwater wordt gestimuleerd.

2.1.4. Huisvesting immigranten
De instroom van vluchtelingen stelt de gemeente voor uitdagingen. De opvang van vluchtelingen moet in balans zijn met de belangen van onze inwoners

Concreet:
• De opvang van asielzoekers moet passen bij de aard en schaal van de gemeenschap, daarbij is de landelijke richtlijn het uitgangspunt;
• Het maatschappelijk middenveld speelt een belangrijke rol bij de opvang van asielzoekers en statushouders;
• Statushouders krijgen een zinvolle dagbesteding. Aangezien integratie het beste gaat door te participeren in de samenleving stimuleert de gemeente zoveel mogelijk dat statushouders aan het werk gaan/een baan hebben en de Nederlandse taal leren;
• Voor een (sociale) huurwoning krijgen statushouders geen voorrang op reeds bestaande wachtlijsten van eigen inwoners.


2.2. Ruimtelijke ontwikkeling
2.2.1. Ruimtelijk beleid / omgevingsvisie De Omgevingswet biedt kansen voor lokaal beleid en legt bij initiatiefnemers de verantwoordelijkheid om draagvlak te creëren. De SGP streeft naar een zuinig en efficiënt gebruik van de ruimte, waarbij grootschalige ontwikkelingen in regionale samenwerking kunnen plaatsvinden.

Concreet:
• Welstandseisen kunnen worden versoepeld, zolang cultuurhistorische aspecten behouden blijven.
• Er moet continu inzicht zijn in de woningbehoefte van Ermelo zodat het beleid wordt afgestemd en getoetst;
• De gemeente dient, in het kader van de Omgevingswet, een Omgevingsvisie op te stellen waarbij ruimte is voor opvattingen van de gemeenteraad;
• Bewoners moeten vooraf betrokken worden bij de planvorming, volgens het principe van de Omgevingswet;
• Bij inbreidingsgebieden moet de plaatselijke huisvestingsbehoefte doorslaggevend zijn.

2.2.2. Grondbeleid en voorkeursrecht gemeenten Het grondbeleid is een ordenend en sturend instrument voor de gemeentelijke overheid.

Concreet:
• Voor de SGP zijn terughoudendheid en zorgvuldigheid kernbegrippen bij de toepassing van de wet voorkeursrecht gemeenten;
• De gemeente dient een actief gemeentelijk grondbeleid te voeren als het algemeen belang hiermee wordt gediend;
• De SGP staat voor het respecteren van het eigen grondbezit;
• Geen “sterfhuisconstructies’’ bij verwerving van agrarische gronden, waardoor de agrariër uiteindelijk zijn bedrijfsvoering niet meer kan voortzetten;
• Erfpacht mag geïntroduceerd worden om woonlasten beheersbaar te houden

2.2.3. Openbare verlichting Openbare (energiezuinige) verlichting in de openbare ruimte bevordert de (verkeer) veiligheid. Met name in het buitengebied is het belangrijk dat dit gebeurt in een zorgvuldige afweging tussenveiligheid en dierenwelzijn.

2.2.4. Monumentenzorg Het is een taak van de overheid om ervoor te zorgen dat waardevolle cultuurhistorische elementenonderhouden worden en dat daarvoor beargumenteerd beleid is

Concreet:
• Financieel verantwoorde zorg voor instandhouding van (archeologische) monumenten en beeldbepalende panden en cultuurhistorische elementen;
• Zorgvuldig overleg met eigenaren van cultuurhistorische panden en beargumenteerde toewijzing aan monumentenlijst;
• Het onder de aandacht brengen van de historische betekenis van kerken en deze als toeristische impuls te gebruiken;
• Het op duurzame wijze aanlichten van kerken als iconen van het dorp. Hiervoor komen ook andere historische of belangrijke gebouwen in aanmerking, zoals de molen

2.2.5. Buitengebied & Dorpskernen Het gemeentebestuur dient in de bestemmingsplannen voor het buitengebied de focus te houden op leefbaarheid en vitaliteit.

Concreet:
• Behoud van het karakter van de landelijke gebieden. Open landschappen in Speuld, Houtdorp, Horst en Telgt moeten zo veel mogelijk worden behouden. Dat betekent ook: duidelijk maken waar wel en waar niet gebouwd kan worden;
• Ruimte voor de boer, waarbij de sector niet gedwongen wordt om te krimpen;
• Behoud en (waar nodig) verbetering leefbaarheid en vitaliteit kleine kernen (De Beek, Drie, Horst, Houtdorp, Leuvenum, Speuld, Staverden, Telgt en Tonsel);
• Integrale gebiedsgerichte aanpak waarbij alle ruimteclaims voor wonen, werken, vervoer, recreatie en natuur en landschap die ten koste gaan van het ruimtegebruik door de landbouw, bezien wordt.

2.3. Openbare ruimte Een groene en prettige leefomgeving bevordert de kwaliteit van leven. Het beheer van water, verhardingen, verlichting, groen en speelvoorzieningen moet integraal en toekomstbestendig worden uitgevoerd.

2.3.1. Openbaar groen

Concreet:
• Waardevolle en monumentale bomen zorgvuldig behandeld moeten worden;
• Nieuwe bomen moeten voorzien worden van voldoende groeiruimte en het juiste groeimedium zodat wortelopdruk en schade aan kabels en leidingen wordt voorkomen;
• Het centrum is het visitekaartje van het dorp. Daarom vinden we dat openbaar groen in het centrum onderhouden moet worden op kwaliteitsniveau A (Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van het CROW);
• Het openbaar groen op begraafplaatsen onderhouden moet blijven op kwaliteitsniveau A;
• Het openbaar groen in overige gebieden moet onderhouden worden op minimaal kwaliteitsniveau B;
• Alternatieve bestrijdingsmiddelen de voorkeur genieten boven chemische.

2.3.2. Speelvoorzieningen Buitenspelen is gezond voor de kinderen. Daarom moeten kinderen in Ermelo buiten kunnen spelen. Het is belangrijk dat de gemeente hiervoor de faciliteiten op orde heeft.

Concreet:
• De aanwezige speelvoorzieningen beter worden afgestemd op de behoefte van de gebruikers in de wijken en buurtschappen;
• Er niet bezuinigd wordt op onderhoud en veiligheid van speelvoorzieningen;
• Speelvoorzieningen moeten inclusief zijn, dus toegankelijk voor gebruikers met een beperking.

2.3.3. Bossen, heide en natuurterreinen De vitaliteit van bos, heide en natuurterreinen behoort voortdurend te worden gevolgd.

Concreet:
• Vergrassing van de heide tegengaan door de inzet van de schaapskudde en het Langetermijn Begrazingsplan te continueren;
• Steun voor defensie bij gebruik van de heide, waarbij meer afstemming wel nodig is;
• De aanleg van routenetwerken bevorderen die de natuurbeleving stimuleren en mogelijk maken en die de kwetsbare gebieden ontzien;
• Dat er bij het aanplanten van bomen aandacht is voor de variatie in soorten bomen, om zo de verspreiding van en overlast door de eikenprocessierups tegen te gaan.

2.3.4. Natuur Een groene en prettige leefomgeving bevordert de kwaliteit van leven. Het beheer van water, verhardingen, verlichting, groen en speelvoorzieningen moet integraal en toekomstbestendig worden uitgevoerd.

Concreet:
• Natuur- en groengebieden worden beschermd;
• Agrariërs worden betrokken bij het natuur- en landschapsbeheer;
• Recreatiezonering blijft ruimte bieden voor recreatie en recreatieontwikkeling;
• Routenetwerken zijn essentieel om recreanten door de natuur te leiden;
• Het stimuleren van biodiversiteit is een belangrijk uitgangspunt voor beleid.

2.3.5. Begraafplaats Op grond van de Bijbel vindt de SGP dat overledenen begraven dienen te worden. In het graf rusten gestorvenen tot de wederkomst van Christus. De gemeente zorgt voor voldoende en gepaste gelegenheid om te begraven.

Concreet:
• Er moet altijd voldoende ruimte zijn om te kunnen begraven;
• Er bij het ruimen van graven intensief overleg met nabestaanden aan vooraf dient te gaan en de bestaande mogelijkheden van herbegraven moet onder de aandacht worden gebracht;
• Het belangrijk is om in te zetten op efficiënt gebruik van de beschikbare ruimte, onder meer om de betaalbaarheid te bevorderen;
• Wanneer uitbreiding van de begraafplaats noodzakelijk is, deze steun verdient; • Begraven voor de gemeente niet kostendekkend behoeft te zijn en de tarieven de komende vier jaar alleen met het inflatieniveau mogen stijgen;
• De ruime keuzevrijheid voor grafrechten intact gehouden moet worden.

2.4. Verkeer & Vervoer


2.4.1. Verkeersveiligheid Verkeersveiligheid is voor de SGP heel belangrijk, want ieder leven telt. De inzet is altijd om de verkeersstromen zo te geleiden dat iedereen op een zo veilig mogelijke manier kan deelnemen aan het verkeer. De wegen naar en rond scholen hebben de speciale aandacht.

Concreet:
• Wij willen veilige fiets- en wandelroutes van en naar de scholen en andere belangrijke centra in de gemeente;
• Wij willen een betere doorstroming op ontsluitingswegen van en naar woonwijken;
• 50 km/uur als maximumsnelheid binnen de bebouwde kom wordt niet geheel uitgesloten;
• Wij willen een onderzoek naar ondergrondse spoorwegovergangen;
• Extra aandacht voor de veiligheid voor fietsers en voetgangers in het buitengebied en Tonsel.

2.4.2. Onderhoud wegen Wegen worden regelmatig gecontroleerd en tijdig hersteld om veiligheidsrisico’s te voorkomen. Er is speciale aandacht voor wegen in woonwijken en routes naar scholen. De gemeente reserveert voldoende middelen voor onderhoud zodat voorzieningen zoals verlichting, afwatering en ondergrond in goede staat blijven.

Concreet:
• Om de verkeersveiligheid te kunnen waarborgen, moet het reguliere onderhoud van wegen, fietspaden en trottoirs gecontinueerd worden;
• Kwetsbare verkeersdeelnemers, zoals voetgangers en fietsers, krijgen voorrang bij de inrichting van wegen en kruispunten om hun veiligheid zoveel als mogelijk te waarborgen;
• Er moet een inventarisatie gemaakt worden van knelpunten voor voetgangers (zoals hoge trottoirbanden);
• Het beheer van de openbare ruimte moet op een acceptabel niveau gehouden worden: onderhoudsniveau B is de standaard. Voor het centrum geldt onderhoudsniveau A.

2.4.3. Parkeren Het centrum moet goed bereikbaar zijn voor auto’s en fietsers.

Concreet:
• Parkeren (ook in het centrum) blijft gratis;
• Het aantal parkeerplaatsen en fietsenstallingen blijft afgestemd op de behoefte; • Er komen extra parkeerplaatsen voor vrachtwagens binnen onze gemeentegrenzen;
• De parkeerduur op alle plaatsen binnen de blauwe zone moet op 1,5 uur worden vastgesteld;
• Er wordt gekeken naar oplossingen voor parkeren door middel van herinrichting van de openbare ruimte op plaatsen waar de parkeerdruk aantoonbaar te hoog is, uitgaande van een gebruikelijk aantal auto’s per woning;
• In gevallen van parkeeroverlast wordt gehandhaafd. In het bijzonder wanneer de bereikbaarheid van hulpdiensten in gevaar komt.

2.4.4. Duurzaam vervoer Vervoer wil de SGP niet alleen goed geregeld hebben, maar ook zo schoon mogelijk. Hiervoor zijn goede OV-mogelijkheden noodzakelijk.

Concreet:
• Wij willen een lobby voor openbare vervoersverbindingen in Ermelo. Bijvoorbeeld een lijndienst langs het station en een buslijn naar Apeldoorn via Uddel;
• We streven naar snelle en betrouwbare OV-verbindingen naar alle dorpskernen, waarbij woonwijken en bedrijventerreinen optimaal bereikbaar zijn. Aangezien dit grotendeels de verantwoordelijkheid van de provincie is, zet de gemeente zich bij de provincie in voor het behoud en de verbetering van deze verbindingen.
• Er komen (meer) (snel)laadpalen in de openbare ruimte om elektrisch vervoer te stimuleren;
• Wij willen voldoende oplaadpunten voor elektrische fietsen in het centrum. Ook willen we voldoende fietsenstallingen.

2.5. Duurzaamheid Rentmeesterschap staat centraal in het denken en handelen van de SGP. Het is onze verantwoordelijkheid om goed om te gaan met de schepping. Een duurzame samenleving waarin we onze kinderen en kleinkinderen niet belasten met de negatieve erfenis van deze tijd is essentieel. Milieuregels worden bij voorkeur op nationaal of internationaal niveau vastgesteld, maar de gemeente speelt een belangrijke rol in het lokaal waarmaken van deze afspraken.

2.5.1. Voorlichting en educatie De gemeente kan bij uitstek de rol van onafhankelijke adviseur vervullen. Het is van belang dat inwoners zich gesteund weten door de lokale overheid bij het verduurzamen van hun huis, gedrag en leefomgeving. De rol van de gemeente is daarbij vooral faciliteren en ondersteunen. De gemeente kan sturen met groene leges en revolverende fondsen. De SGP is geen voorstander van structurele subsidiëring van particuliere duurzaamheidsinitiatieven.

Concreet:
• De gemeente geeft bij sociaal-economisch zwakkeren in de samenleving bekendheid aan duurzaamheidswinkels en groene regelingen. Deze groep mag niet de dupe worden van dure duurzaamheidsmaatregelen. Waar nodig en mogelijk wordt gebruik gemaakt van energiecoaches;
• Zaken als het aanbieden van gratis warmtescans kunnen de bekendheid van duurzaamheidswinkels vergroten;
• De gemeente treft stimuleringsregelingen voor energiebesparing in bestaande woningbouw;
• De gemeente werkt proactief mee aan duurzaamheidsinitiatieven en brengt daarvoor de benodigde (ruimtelijke) procedures op orde.

2.5.2. Waterplan Naast vele andere partijen heeft de gemeente een belangrijke taak in klimaatadaptief handelen. Het gaat dan met name om thema’s als wateroverlast, droogte, hitte en risico op overstromingen.

Concreet:
• Er is voldoende waterberging om wateroverlast te voorkomen;
• Er wordt niet bezuinigd op het riool en het onderhoud daarvan;
• Bij de herinrichting van buitenruimte en woongebieden werkt de gemeente aan beperking van wateroverlast, droogte en hitte;
• De gemeente neemt het voortouw in klimaatadaptief handelen, bijvoorbeeld door speelpleinen aan te leggen die ook als wateropvang fungeren, wadi’s te creëren en groene parkeerplaatsen te realiseren.

2.5.3. Afvalinzameling Het verminderen van afval en het verbeteren van afvalscheiding staan centraal. De vervuiler betaalt, maar afvalinzameling moet kosteneffectief en toegankelijk blijven. We kijken als gemeente anders naar afval, omdat hergebruik van materialen in veel gevallen mogelijk is. Als gemeente gaan we hier actief mee aan het werk, zo nodig in overleg met het ambachtscentrum.

Concreet:
• Afvalscheiding wordt verbeterd om het milieurendement te verhogen;
• Er zijn voldoende depots voor klein chemisch afval, papiercontainers, zgn. kleding-, glas- en pakkenbakken en blikbollen;
• De kosten van afvalinzameling blijven aanvaardbaar voor inwoners;
• De gemeente stimuleert en ondersteunt circulaire initiatieven die het mogelijk maken afval weer als grondstof te gebruiken;
• De gemeente zet zich in voor de omvorming van de milieustraat tot een circulair ambachtscentrum, waar hergebruik en reparatie worden gestimuleerd en inwoners materialen kunnen aanbieden of ophalen voor hergebruik;
• Het Diftarsysteem wordt periodiek geëvalueerd;
• Er wordt onderzoek gedaan naar alternatieve vormen van afvalinzameling

2.5.4. Hondenbezit Hoewel de hondenpoepproblematiek uiteraard in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de hondenbezitters is, heeft het gemeentebestuur mede een taak om deze bron van ergernis en overlast aan te pakken en hiervoor voorzieningen te treffen.

Concreet:
• Het is van belang om losloopgebieden duidelijk te communiceren en deze ook te borgen;
• De hondenbelasting hoeft niet heringevoerd te worden;
• Er moet ruimte zijn voor een losloopgebied voor honden binnen de gemeentegrenzen.

2.5.5. Energiebeleid De energietransitie vraagt om actieve betrokkenheid van de gemeente. Energiebesparing heeft prioriteit, gevolgd door het verantwoord en duurzaam opwekken van energie. Het is belangrijk om inwoners en bedrijven te betrekken en draagvlak te creëren voor initiatieven, terwijl de gemeente zelf het goede voorbeeld geeft. De capaciteit op het energienet is beperkt als gevolg van vergaande elektrificatie, onder andere in woningbouw en mobiliteit. Dit noemen we netcongestie. Dit is een probleem waar we de komende jaren mee te maken hebben. In geval van woningbouw, maar ook bij het verder verduurzamen van woningen en plaatsen van zonnepanelen. Het geleverd krijgen van energie is daarmee niet meer vanzelfsprekend. Een betrouwbaar en toekomstbestendig energienet is cruciaal om klimaatdoelen te halen en klimaatadaptatie succesvol te laten zijn. Dit vraagt van de gemeente een creatieve benadering van alternatieven voor het energienet, zowel binnen als buiten het bestaande systeem.

Concreet:
• De gemeente verduurzaamt gemeentelijke gebouwen en geeft hiermee het goede voorbeeld;
• Waar mogelijk worden alternatieve energiebronnen toegepast;
• De gemeente betrekt inwoners door middel van stimuleringsregelingen voor energiebesparing in bestaande woningbouw;
• Bij grootschalige opweklocaties/-projecten is draagvlak in de omgeving essentieel;
• Geen extra separate zonneparken in het agrarisch buitengebied. Clustering zou hooguit mogelijk moeten zijn in de zone strak langs de A28;
• Gasloos maken van de bebouwde omgeving met een planmatige aanpak en door bewoners/gebruikers enerzijds en de gemeente anderzijds samen te laten optrekken. Hierbij moet maximaal worden ingezet op financiële impulsen van hogere overheden.



Terug naar overzicht

Lid worden

Dankzij zo'n 30.000 SGP-leden, kunnen wij, landelijk en lokaal, een vuist maken in de politiek. Wil jij hier ook aan bijdragen?

Doneren

Is een lidmaatschap niet wat je zoekt, of je bent al lid? Ook financiële steun stellen wij erg op prijs.

Werk mee

Wil jij bijdragen aan het behalen van onze doelen? Bekijk dan de openstaande vrijwilligers- en vaste functies.